homeknop
verslag1
actueel
Verslagen 2011

week 2

week 4

week 4b

week 6

week 11

week 13

week 15

Week 6b / 2011
Ontwerp en fotografie: Jan Taat © IVN West-Betuwe 2011

Deze zaterdag hadden we een dagexcursie en gingen we mee met de Vogelwerkgroep van IVN West-Betuwe. Om 8 uur vertrok de bus met ongeveer de helft van de deelnemers vanaf de Waalkade in Tiel; de overige excursiegangers werden om 8:15 opgehaald bij het Stroomhuis in Neerijnen. Uiteindelijk kwam de bus hier ongeveer 10 minuten later aan. De bus zat praktisch vol met 48 enthousiastelingen: vogelwerkgroepleden, aankomend IVN-natuurgidsen en overige belangstellenden. Het regende, maar eenmaal in Zeeland was het gelukkig droog. Onderweg zagen we langs de snelweg een roekenkolonie: veel nesten bij elkaar hoog in de populieren.Hans de Boer vertelde het nodige over het herkennen van de watervogels. Zo hebben de duikeenden hun staart plat op het water liggen; zij kunnen niet zomaar vanuit het water opvliegen zoals de grondeleenden/zwemeenden. De wilde eend is zo'n grondeleend. Hans vertelde verder dat je bij ganzen goed op de kleur van de poten moet letten. De grauwe gans heeft bijvoorbeeld oranje poten. Daarbij heeft deze gans grijs op de bovenvleugel, wat goed te zien is bij het opvliegen.

Om 11 uur hadden we onze eerste stop en was het tijd voor koffie. Vandaar reden we met de bus naar de haven van Stellendam, waar we naar buiten gingen met de kijkers en telescopen die door leden van de Vogelwerkgroep waren meegenomen. Er zaten veel futen in de haven en een middelste zaagbek. Aan de andere kant van de dijk konden we in de verte veel foeragerende watervogels waarnemen, zoals scholeksters, grutto's, tureluurs en wulpen. Op naar de Brouwersdam. Hier zagen we de nodige brilduikers, paarse strandlopers, steenlopers en 5 zeehonden. Zoveel zeehonden troffen we niet eerder bij de Brouwersdam. En, last but not least werd een roodkeelduiker ontdekt! Daar hoop je op als je als vogelaar 's winters naar Zeeland gaat. Ook ontdekten we een sperwer in de verte bij de bomen en veel middelste zaagbekken. Onderweg naar de Stompe Toren spotten we 2 dodaarzen. We stapten uit bij de Stompe Toren en zetten de telescopen op. Als eerste ontdekten we de kleine zilverreiger; verder veel wintertalingen, slobeenden en smienten. Een deel van de excursiegangers bezocht nog even de Stompe Toren.

Verder naar Plan Tureluur. Omdat de tijd begon te dringen zijn we hier niet uitgestapt. We zagen pijlstaarten, grote groepen brand-, kol- en rotganzen, echte wintergasten dus. Voorbij Plan Tureluur vloog een buizerd met prooi in zijn klauwen voorbij de bus. Op de dijken liepen schapen. Hans vertelde dat door het lopen van de schapen de grond gaat trillen, zodat de mollen wegblijven. Vierentwintig wilde zwanen vlogen voorbij; een indrukwekkend gezicht. In de grote plas bij het watersnoodmuseum zagen we vanuit de bus veel geoorde futen, tafeleenden, dodaarzen en brilduikers. De geoorde fuut is kleiner dan de gewone fuut en heeft een kleine grijze snavel.

Onderweg naar Bruinisse spotten we rosse grutto's, scholeksters en wulpen. De wulpen hadden hun kop ingetrokken en stonden op 1 poot om zo het verlies van warmte tegen te gaan. Uiteindelijk kwamen we met de bus aan bij het restaurant op de Grevelingendam, waar we heerlijk hebben gegeten na een mooie dag! Vandaar vertrokken we rond 18:30 weer naar huis.

Els

Bij de mantelmeeuw kun je aan de kleur van de poten zien of het een grote of een kleine mantelmeeuw betreft. De kleine mantelmeeuw heeft gele poten, terwijl die van de grote mantelmeeuw vleeskleurig zijn. Natuurlijk is het formaat van deze laatste mantelmeeuw ook veel groter.Bij visafslagen kun je de grote en de kleine burgemeester aantreffen. Helaas hadden wij dit geluk vandaag niet.

We zagen de nodige kuifeenden. Het vrouwtje is bruin en herken je aan het gele oog. Het mannetje is zwart met wit en heeft een zwarte kuif.Heel bijzonder was de groep van 8 grote zaagbekken die we zagen zwemmen in een brede sloot aan de kant van de weg. Het was een treffer, want even later waren deze mooie eenden om de bocht verdwenen. De grote zaagbek leeft in zoet water, terwijl je de middelste zaagbek in zout water aantreft. Even verder een aalscholver in broedkleed.In de sloten zagen we wintertaling en krakeend. Deze laatste heeft een witte spiegel. We namen wulpen waar, meerkoeten en kauwtjes. Ook tafeleenden die te herkennen zijn aan de roodbruine kop en egaal grijs verenkleed (mannetjes). Smienten eten plantaardig voedsel; de wilde eend voedt zich met kleine waterdiertjes en plantaardig materiaal. Een paartje brilduiker bij de Scheelhoek. Ook waren daar veel bergeenden te zien. De bus was een prima observatiehut; lekker hoog hadden we prima uitzicht.