homeknop
verslag1
actueel
Verslagen 2011

week 2

week 4b

week 6

week 6b

week 11

week 13

week 15

Week 4 / 2011 Regulieren
Ontwerp en fotografie: Jan Taat © IVN West-Betuwe 2011

Reguliere  kanunniken van St. Augustinus wat bij het Culemborger klooster hoorde. Nu is het een natuurgebied van het Gelderslandschap. We zijn hier in het kader van Kringlopen en energiestromen door Guido Nijland. De naam Regulieren is waarschijnlijk afkomstig van het in 1406 bij Zaltbommel gestichte Regulierenklooster, dat bezittingen had tussen Geldermalsen en Culemborg.

Typerend voor dit gebied zijn de bloemrijke hooilanden, die door maaibeheer en hoge grondwaterstanden zo schraal en soortenrijk geworden zijn. De hoge grondwaterstand wordt gerealiseerd door grond- en neerslagwater in het gebied vast te houden. Guido Nijland over het land het water staat op het maaiveld. Water komt als kwel water van af de Utrechtse heuvelrug hier om hoog gestuwd naar de oppervlakte. Het gebied was zo arm qua economische haalbaarheid dat er na de ruilverkaveling is besloten het boeren te stoppen en er een natuurgebied van te maken. Het hele oppervlak van de regulieren ligt over meerdere delen verspreid wij lopen op het grootste gedeelte wat gelegen is tussen de provinciale weg Culemborg Geldermalsen en treinbaan. We worden er bewust van gemaakt dat hier nog zoveel stikstof uit de grond komt dat we het nu staan in te ademen, ook fosfaat zit hier nog in de grond en wordt door te veel water uit de onderlaag mee om hoog gebracht. Door de ochtend zon op het bevroren water over het land heb je een prachtig vergezicht. Ondanks de waterhuishouding toch eiken, zelf mollen zijn hier veelvuldig aanwezig. Mollen hebben de eigenschap dat ze door gangen heen kunnen zwemmen en dat tijden lang. Als ze een droog plekje willen dan maken ze een dubbele mollen-hoop met een grotere kamer.
Het snellere afvoeren van smelt en regen water van uit de bergen, wat door recht maken van rivieren en de dijken is bevorderd, heeft zijn nadelen qua waterhuis houding. We zien in de verte reeën, horen koolmezen en ook kraaiachtige zijn er te zien. Het is overduidelijk een komgrond gebied en daar horen zeedijken bij, zeedijken is hier dan de zee geweest?, nee maar bij zo een grote watervlakte in de wintermaanden sprak men over een zee van water.

Mooi gebied met buizerds in de bomen en kraaien op de grond. De vele sloten zijn vast voor de afwatering geweest, nu staat het water hoog aan het maaiveld. Men heeft buizen door de kleilaag heen aangebracht, die er voor moeten zorgen dat schoon kwelwater uit de Utrechtse Heuvelrug hier aan de oppervlak komt. De kwel moet er voor zorgen dat er nog veel meer en andere planten hier hun opwachting kunnen gaan maken.

We kijken naar een eik die inmiddels zo groot is dat hij in de winter geen blad meer zou moeten hebben. Het is niet handig om genetisch veranderd te zijn, bij een grote wind in het najaar zou hij daar door wel eens om kunnen waaien, die blaadjes horen alleen bij de jeugd.

In de bevroren sloten zijn grote groene vervuilde plaatsen te zien, dat komt door afgestorven algen. Als we aan de rand van het natuurgebied komen zien we dat de sloten wel een cm of 70 lager staan. Dat wordt gedaan om de boer met zijn trekker op het land te laten rijden en te kunnen bewerken. Het stikstof niveau dat hier van nature voorkomt is nog niet terug op zijn oude niveau. Je wilt in dit gebied niet meer aanvoer door water en of er door de lucht. (stikstof) Om stikstof kwijt te raken kun je rogge zaaien dat neemt het op. Maar er zijn ook andere gewassen die stikstof op nemen zo als mais en  klaver die stikstof in ander verbindingen om kunnen zetten. Bruikbare verbindingen die als voedingstof kunnen dienen voor de flora.

"Door in de nieuwe polders riet te planten zijn er veel baardmannetjes in Nederland terug gekomen." Als laatste komen we bij een eendenkooi terecht, die ook nog in werking is. Hij wordt gebruikt om vogels te vangen, voor het onderzoek naar bijvoorbeeld de  vogelpest. Wim vertelt dat de boer die hier ooit zijn bedrijf had ondanks de 50 ha, te weinig opbrengst had om het hoofd boven water te houden. Guido vertelt nog dat er tot 1930 een levendige handel in hooi was daarna is die handel in gezakt en waardoor de opbrengst van dit soort bedrijven te laag was was om door te boeren. Guido sluit de excursie op de parkeerplaats af.

Rob