Week 15 / 2011 Oostvaarder
Ontwerp en fotografie: Jan Taat © IVN West-Betuwe 2011
De Oostvaardersplassen liggen in Zuidelijk Flevoland. Het is 5600 ha groot. Het grootste deel is moeras (3600 ha) Het is een combinatie van open water en rietvelden. Het overige deel (2000 ha) is droog ( gras, deels open deels met bomen en bossages. Zuidelijk Flevoland is in 1968 drooggelegd. De Oostvaardersplassen zijn ontstaan bij de drooglegging, op het diepste deel van de polder. Het gebied had een bestemming voor bedrijven, maar door een slechtere economische tijd kwam men niet aan ontwikkeling toe. Op deze wijze ontstond een spontane natuurontwikkeling. Omdat het een geweldige biotoop voor ganzen was hebben zij in die tijd ervoor gezorgd dat het gebied deels open bleef.



In de zomer verblijven 60.000 ganzen in de Oostvaardersplassen om te ruien. Ganzen eten een pond gras per dag. Er gaat dan dus per dag 30.000 kg gras de snaveltjes in. Vanaf 1996 wordt het gebied beheerd door Staatsbosbeheer. Als beheerder proberen ze het gebied zo open mogelijk te houden. Dat realiseren ze door kudden grote grazers in te zetten (edelherten, konikpaarden en Heckrunderen). Samen met de zomerpopulatie aan ganzen en overwinterende ganzen lukt dat redelijk goed. De draagkracht van het gebied bepaald de omvang van de populatie aan grote dieren. De draagkracht is in feite de hoeveelheid voedsel die er over het gehele jaar, in wisselende hoeveelheden, beschikbaar is. Voor de Oostvaardersplassen is dit 3500 grote dieren. Gedurende de zomer vindt er natuurlijke aanwas plaats (20-25%), mede ingegeven door de draagkracht van het gebied. Vrouwtjes die door allerlei redenen onvoldoende in conditie zijn planten zich niet voort. Met name in de winter sterven de zwakste dieren omdat ze onvoldoende in conditie zijn en door weinig aanbod van voedsel sterven.

Dieren bij wie het afstervingsproces is begonnen worden door boswachters afgeschoten, om onnodig lijden te voorkomen. Indien het om gezonde dieren gaat laat men de karkassen liggen voor aaseters en allerlei insecten die ervoor zorgen dat het gehele karkas weer in het natuurlijke proces wordt opgenomen. De afgelopen jaren is er vanuit de samenleving grote druk uitgeoefend om in de winter de dieren bij te voeren. Hans Breeveld, de boswachter van Staatsbosbeheer, heeft tijdens zijn voordracht in het Stroomhuis, naar mijn mening, overtuigend uitgelegd dat het beleid van SBB adequaat is in de situatie die zich in de Oostvaardersplassen voordoet. Met bijvoederen wordt het natuurlijke draagvlak van het gebied niet groter en wordt het probleem een volgende winter weer groter. Staatsbosbeheer heeft inmiddels wel door "duinen" aan te leggen schuilplaatsen voor de grote grazers gemaakt tegen de koude winterwinden. Door de wijze waarop de Oostvaardersplassen beheerd worden: enerzijds de natuur zijn gang laten gaan in een droog en nat gebied en anderzijds door de inzet van grote grazers het gebied redelijk open houden, is het gebied een eldorado voor vogels.
Moerasvogels als de zilverreiger, de roerdomp en de karekiet leven hier. Ook ganzen, lepelaars en aalscholvers hebben het hier naar hun zin. Maar ook rietgors en tapuit. Tijdens onze excursie kwamen we ook de blauwborst tegen. Het mooie weer verleidde deze vogel keer op keer al zingend in de rietstengels omhoog te klimmen.
Sinds enkele jaren broedt de zeearend in het gebied. We hadden tijdens onze excursie het voorrecht om te zien dat een zeearend een groep van duizenden ganzen doet opvliegen. Had hij nu wel of geen gans te pakken. Bij het uitkijkpunt hebben we ook een vossenhol gezien. Ook de raaf is al in het gebied gesignaleerd. In het kader van het realiseren van de Ecologische Hoofdstruktuur (EHS) is het de bedoeling een natuurlijke aansluiting te maken naar het Oostvaarderswold en later naar de Veluwe. Het is nu de vraag of dat door et nieuwe beleid van de regering nog gerealiseerd gaat worden. Het realiseren van de EHS moet bijdaregn aan het vergroten cq in stand houden van de biodiversiteit. De Oostvaardersplassen zijn deels voor het publiek toegankelijk. Dat kan in het openbare deel, maar kan ook begeleid in het afgesloten deel. Per jaar bezoeken 6-8000 mensen het gebied en ca 35000 mensen het bezoekerscentrum.
Het bezoek aan de Oostvaardersplassen, onder leiding van onze medecursist Lou Dalderup, was een verrassende kennismaking met een groot natuurgebied. Het is interessant om te zien hoe zo'n groot gebied zich dynamisch ontwikkeld. Hoewel we wel enkele elanden, koniks en heckrunderen hebben gezien vond ik het jammer dat we geen kudde grote grazers hebben gezien. Dat lijkt me een geweldige ervaring, maar dat bewaren we voor de volgende keer. Heel verhelderend vond ik de toelichting van boswachter Hans Breeveld in de avond in het Stroomhuis. Waarom krijgt dat verhaal zo weinig aandacht in de discussie over natuurbeheer.
Piet van Wesemael