homeknop
verslag1
actueel
Verslagen

Week 9 /2010

Week 11 / 2010

Week 11 extra

Week 13 / 2010

Week 21 / 2010

Week 23 / 2010

Week 25 / 2010

Week 36 / 2010

Week 38 / 2010

Week 40 / 2010

Week 44 / 2010

Week 46 / 2010

Week 48 / 2010

Week 15 / 2010
Ontwerp en fotografie: Jan Taat - © IVN West-Betuwe 2010

Zaterdag 17 april 2010

Locatie:  Landgoed Neerijnen

Excursie Stinzenplanten olv Joke Bosch en Bob Louwerse

 

Een stralender dag konden we niet treffen. Gesterkt door koffie deed Joke het voorwoord over Stinzenplanten. Een Stins (Friesland) is een buitenplaats waar over het algemeen geen inheemse planten voorkomen. Er komen bij een stins net als overal inheemse planten voor, maar vanwege het stinzenmilieu voelen planten uit Midden- en Zuid Europa zich er ook thuis.

De meeste stinzenplanten zijn in de tweede helft van de vorige eeuw ingevoerd. Het zijn dus een soort allochtone planten, maar met een inmiddels Nederlands paspoort. Veelal treffen we ze aan bij oude pastorieën en buitenplaatsen. O.a. Sneeuwklokjes -narcissen en longkruid voelen zich thuis in het stinzenmilieu. Dit is een beetje hetzelfde milieu dat we aantreffen op de hellingbossen in Midden en Zuid Europa. Behalve kalk hebben stinzenplanten ook mieren nodig. Omdat de  zaden van veel stinzenplanten door mieren moeten worden verspreid moet de stinzenplantenbiotoop ook voor mieren geschikt zijn.

De Stins is een stenen huis en diende als verdedigingstoren, het had een gracht met brug en een tuin. De "Stinzenblomkes"vinden we tegenwoordig door geheel Nederland.

Bloem en blad van de stinzenplanten worden in het najaar aangemaakt, opdat ze er in het voorjaar vroeg bij zijn! (oa sneeuwklokje). Met deze planten is het al vroeg genieten van het voorjaar. Als je ze ziet heeft de winter zijn langste tijd gehad. Op landgoed Neerijnen komen de planten ook van een Friese Stins. Een van de vroegere eigenaren had Fries bloed.

 Waarneming tussendoor:

Bij een excursie zoals wij die geregeld ondernemen is het goed tevoren met een ander af te spreken dat er één fotografeert, zodat de ander kan schrijven. Er is ook duidelijk een verschil tussen schrijvende pers en fotograferende pers. Het was mij allemaal wat veel om alles tegelijker tijd op de plaat en in mijn notitieboekje te krijgen. Daarnaast waren er ook nog vele vliegbewegingen die  om aandacht vroegen, dus gelukkig zag ik dat menigeen ook zelf aantekeningen maakte, hetgeen mij geenszins als een motie van wantrouwen overkwam, maar gewoon als een verstandige beslissing. Dit even als aandachtspunt voor anderen na mij.

Wij kwamen onderweg o.a. tegen:

Look zonder look tegen, met witte bloempjes. Dit is een favoriete plek van de Oranjetip (vlinder), die er zijn eitjes op legt. Daarnaast doet zij dat ook op de Pinksterbloem en de Judaspenning.

Het Daslook is een soort uitje in de grond en de Italiaanse Aronskelk komt in Zuid-Limburg vrij algemeen voor doch in het Rivierengebied is hij redelijk zeldzaam. De bloem geeft een aasgeur af om vliegen te lokken. De plant is lang houdbaar. In het najaar wordt het nieuwe blad weer aangemaakt en sterft in de lente/zomer weer af. Het grote blad wordt niet aangevreten en blijft gaaf. De Vroegeling groeit in een rozet op zandgrond en heeft vruchtjes in de vorm van herderstasjes. De Esdoorn is een ahorn oftewel Acer. Deze boom heeft spits uitlopende bladeren, dat zou zijn naam verklaren. Acer = spits (Latijn). Verder zagen wij de Grote Aderbekerzwam ,een zwam die kalk nodig heeft, naar chloor ruikt en zeldzaam is. De Vogelmelk was nog niet wakker, die schijnt pas om 11.00 uur zijn luiken open te doen en tevens namen we nog een Reuzenbovist waar.

De Knikkende Vogelmelk daarentegen was volop aanwezig en toonde ons haar pracht evenals het Wit Hoefblad en de Blauwe Annemoon. Het Longkruid heeft twee kleurige bloemen. De paarse is de lokker voor de rose.  Bij de Gekraagde Aardster was ik in ieder geval bijna het spoor bijster, maar op de valreep kreeg ik nog mee dat van de Taxus - takken vroeger bogen voor het leger werden gemaakt. Voor andere waarnemingen raadplege men de boekjes van de anderen.

 Joke, Joke, wat ben jij een enorm wandelend woordenboek, wat bezit jij een kennis! Bedankt. Mijn dank gaat natuurlijk ook uit naar Bob Louwerse, maar die leidde een andere groep.

 Tot de volgende keer, Kees Kruitwagen