Hoewel pas 900u diende een mooie lentedag zich al volop aan. Nog op de verzamelplaats werden de eerste boerenzwaluwen gesignaleerd, vlogen de mezen af en aan en was het luide gedèèèèh van de groenling goed hoorbaar.
Toen nam de man met de witte laarzen het woord.
Namens de VANL heette hij ons welkom en noodde hij ons om een wandelpad te betreden doorheen de Acquoyse Polder.
Nadat de groep zich in beweging had gezet en zich over een bruggetje had gemanouvreerd werd er op een houtwal aan de rechterkant gewezen waar een vij grote populatie ringslangen (Natrix Natrix) huist. Overigens leert Wikipedia ons dat een pas uitgekomen ringslang het formaat van een regenworm heeft.

Het was echter Bert die hem snel in de smiezen had en een ieder in staat stelde de haas te bewonderen, nadat zelfs Betty ‘m uiteindelijk zag, toog de groep verder, het grote onbekende tegemoet.


Waar wij getuige van waren was typisch gedrag van hazen tijdens de rammeltijd (=paartijd), behalve deze achtervolgingen, vinden er ook gevechten plaats, wordt er gegromd en maken de hazen hoge luchtsprongen. De gevechten kunnen een dodelijke afloop hebben: als een mannetje er in slaagt over zijn concurrent heen te springen en hem daarbij met beide achterpoten tegelijk ter hoogte van de nek raakt, kan dit de concurrent doden. Ik daag een ieder uit om tijdens de volgende cursusavond dit eens uit te proberen bij elkaar; je bewondering voor de dieren neemt alleen maar toe.

Ons pad ging verder naar de Culemborgse Vliet (of in de volksmond: de Kuilenburregse Vliet), waar de man met de witte laarzen ons vertelde over de voorloper van de huidige Diefdijk, namelijk de Diefwech.



Via een fietspad vervolgden we onze tocht om na verloop van tijd weer een weiland in te gaan, teneinde bij een bos(je) van Staatsbosbeheer aan te komen. Nadat we ons hier verwonderd hadden over een inundatiebankje en Jan ons dit later vakkundig uitlegde, kwamen we weer aan bij de auto’s. Het einde van een heerlijke ochtend door een mooi stuk polder.
Tjoerd